Nieuw convenant: samenwerking in beweging

“Een nieuwe tijd breekt aan voor de aanpak voortijdig schoolverlaten. Vsv is er voor alle jongeren van 12 tot 23 jaar die om de een of andere reden dreigen uit te vallen. De regio biedt hen hulp om hun startkwalificatie te halen of begeleidt hen richting werk. De laatste weken staan in het teken van de vervolgaanpak. We hebben al veel bereikt, maar hoe nu verder?

Pas op de plaats

Belangrijk is om eerst een pas op de plaats te maken. Heeft de regio de doelgroep goed in kaart? Om welke jongeren gaat het? Welke voorzieningen zijn er allemaal binnen een regio? En waar vallen de gaten in het voorzien in de basisbehoeften van jongeren? Wat mij betreft draait het in de nieuwe aanpak meer om maatwerk. Een verschil met eerst is dat er meer partijen aan tafel aanschuiven. Naast onderwijs, RMC, zorg en gemeente, is ook de inbreng en hulp van sociale zaken bijvoorbeeld gewenst. Wanneer blijkt dat een jongere begeleid moet worden naar werk, kun je dit het beste in een zo vroeg mogelijk stadium doen. En daarom is het slim om de afdeling Jeugdwerkloosheid meteen te betrekken. Dat is even wennen voor medewerkers: om geen tijd te verliezen gaan scholen jongeren zelf doorsturen, in plaats van dat het Jongerenloket dat doet.

In beeld en overdracht

Momenteel is het bovendien zo dat een jongere tot zes maanden na de opleiding in beeld blijft bij het RMC, terwijl het eigenlijk de taak van de regio is om dit gedurende twee jaar te doen. Het gebeurt helaas regelmatig dat een jongere na zes maanden alsnog zijn of haar baan verliest. In het nieuwe convenant moet er dus aandacht zijn voor deze taak. RMC hoeft de jongeren overigens niet zelf te begeleiden, maar heeft wél als taak om te monitoren en het begeleiden te coördineren. Daarnaast is de warme overdracht vanuit praktijk- en speciaal onderwijs naar het mbo een aandachtspunt. Door die overdracht structureel te verbeteren is het mbo beter op de hoogte van de hulp en begeleiding die een jongere nodig heeft.

Rijnmond neemt initiatief

De regio’s doorlopen een zelfde traject en zijn tegelijkertijd verschillend in karakter en in hoever ze zijn met de aanpak van vsv. Een regio die wat mij betreft in het oog springt is Rijnmond. Daar hebben ze op eigen initiatief een extern bureau in de arm genomen om de bestaande middelen in het onderwijs en via de gemeente breed in kaart te brengen. Daarnaast is er gekeken naar de behoefte van de jongeren: wat is er echt nodig? Rijnmond gaat nu voortvarend aan de slag met de verbeterpunten. Ook kijkt de regio bijvoorbeeld naar het proces waarbij niveau 1 studenten naar werk worden begeleid. Hiervoor heeft de gemeente al een programma, dus daarvan maakt de regio dankbaar gebruik. Op deze manier besparen ze vsv-middelen die vervolgens voor andere maatregelen ingezet kunnen worden. Zo’n aanpak vereist wel een andere manier van kijken en samenwerken. Wat is er al? En hoe kunnen we het inzetten? De samenwerking is in beweging. En dat is nou precies de bedoeling.”

 

Nahied Rezwani

Accountmanager Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

Er zijn nu geen reacties gepubliceerd.